CRvB 15 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO7695
Bij besluit van 24 november 2008 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en is een bedrag van € 6.814,60 van hem teruggevorderd. Appellant heeft daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 5 februari 2009 heeft het Uwv uiteengezet hoe de in aanmerking te nemen inkomsten en het terug te vorderen bedrag zijn berekend. Volgens het Uwv zijn aan appellant geen toezeggingen gedaan met betrekking tot de verrekening van zijn inkomsten als zelfstandige die meebrengen dat van terugvordering zou moeten worden afgezien. De vraag of het Uwv in het geval van appellant aanleiding had moeten vinden om af te zien van terugvordering van het aan WW-uitkering onverschuldigd betaalde bedrag, beantwoordt de Raad ontkennend. De Raad komt tot de conclusie dat geen sprake is van een situatie dat appellant op grond van door het Uwv verstrekte informatie mocht menen dat de nihilstelling van zijn loon in 2006 ertoe zou leiden dat met het ontvangen voorschot te verrekenen inkomsten afwezig waren. Er is voor het Uwv dan ook geen reden om van terugvordering van het bedrag van € 6.814,60 af te zien.
De uitspraak op rechtspraak.nl