CRvB 1 december 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO6299
Bij besluit van 7 juli 2009 heeft het Uwv vastgesteld dat appellant, in verband met zijn inkomsten als zelfstandige, een te hoog voorschot heeft ontvangen en is een bedrag van € 6.392,10 van appellant teruggevorderd. De Raad volgt appellant niet in zijn stelling dat het over het jaar na het aanvangsjaar berekende bedrag aan inkomsten (I2) moet worden vermenigvuldigd met 7/52. Anders dan appellant heeft gesteld is de datum 1 april 2006, de eerste dag dat hij van het Uwv toestemming had om zich te oriënteren op een eigen bedrijf, voor de bepaling van de factor W niet van belang, omdat op dat moment nog niet aan de in artikel 35aa van de WW opgenomen voorwaarde van toestemming op grond van artikel 77a van de WW werd voldaan. Zijn stelling dat voor die bepaling ook gekeken moet worden naar de datum 22 februari 2007 is evenmin juist.
De uitspraak op rechtspraak.nl