CRvB 27 augustus 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BO2640
Boete opgelegd ter hoogte van 25% van de ambtshalve verschuldigde premies, ofwel € 2.269,-- wegens het niet tijdig indienen van de jaaropgave over het jaar 2005. Appellant heeft de overtreding gekwalificeerd als een vergrijp op de grond dat deze aan opzet of grove schuld is te wijten. De rechtbank heeft het besluit vernietigd. De rechtbank heeft een onjuiste uitleg en toepassing gegeven aan de bepalingen van de IWfsv (LJN BL1640). Op grond van artikel 42, tweede lid, van de IWfsv blijft voor het in geding zijnde besluit tot het opleggen van een boete over 2005 het recht zoals dat vóór 1 januari 2006 gold van toepassing, met inbegrip van de Awb en de Beroepswet. Appellant heeft gelet hierop terecht toepassing gegeven aan de CSV en de daarop gebaseerde regelingen. Het standpunt dat het besluit een wettelijke grondslag ontbeert, is derhalve onjuist. Betrokkene heeft niet tijdig voldaan aan de voor haar op grond van artikel 10, tweede lid, van de CSV geldende verplichting tot het doen van loonopgave over het jaar 2005. Hieruit vloeit voort dat appellant op grond van artikel 12 van de CSV gehouden was betrokkene een boete op te leggen. Onvoldoende aanknopingspunten de boete vanwege verminderde verwijtbaarheid te verlagen.
De uitspraak op rechtspraak.nl