CRvB 15 juli 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BN2327
Sociaal rechercheur. Dienstopdracht. De Raad is met de rechtbank van oordeel dat het aan deze afspraak ten grondslag liggende standpunt van het college dat het gebruik van een auto (en dus niet van een motorfiets) onontbeerlijk is voor de uitoefening van de functie van appellant, berust op gerechtvaardigde belangen aan de zijde van het college en niet onredelijk is te achten. Terugvordering vergoeding voor woon-werkverkeer: Aan appellant is van 1 augustus 2007 tot 1 november 2007 diverse keren, de laatste maal bij brief van 3 oktober 2007, de gelegenheid geboden om maatregelen te treffen zodat hij zijn functie met gebruik van een eigen auto kon uitoefenen. Daarbij is in die gehele periode de voor sociaal rechercheurs gebruikelijke reiskostenvergoeding doorbetaald, zonder dat aan appellant te kennen is gegeven dat voortgezet gebruik van zijn motorfiets gedurende die periode nadelige financiële gevolgen mee zou brengen. Onder deze omstandigheden acht de Raad terugvordering van de eerder - ongeclausuleerd - toegekende en betaalde reiskostenvergoeding in strijd met de zorgvuldigheid.
De uitspraak op rechtspraak.nl