CRvB 30 juni 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BM9952
De Svb heeft terecht geweigerd om de echtgenoot van appellante postuum toe te laten tot de vrijwillige AOW/ANW- verzekering als geregeld in KB 720. Daarbij stelt de Raad voorop dat de toelating tot de vrijwillige verzekering, gezien het verband met de mogelijke aanspraken op uitkering, valt binnen de 'scope' van 1 van het EP en het recht op eigendom dat deze bepaling waarborgt (zie EHRM 27 maart 2005 (Luczak)). Dat brengt mee dat appellante in beginsel een beroep toekomt op artikel 14 van het EVRM en het daarin neergelegde discriminatieverbod. Geen strijd met het discriminatieverbod dat is neergelegd in artikel 14 van het EVRM. De Raad merkt ten overvloede op dat ook indien geoordeeld zou moeten worden dat er in casu wél sprake is van vergelijkbare gevallen, het beroep op artikel 14 van het EVRM respectievelijk artikel 1 van het Twaalfde Protocol niet slaagt. De Raad verwijst in dit verband naar zijn uitspraak van 15 juni 2009, LJN BJ3847. In deze zaak, waarin de gemachtigde van appellante ook is opgetreden, heeft de Raad uitvoerig gemotiveerd dat de besluitwetgever bevoegd was om, zonder schending van enige rechtsregel, betrokkene, die de Marokkaanse nationaliteit had, niet onder het bereik van KB 720 te laten vallen. De Raad is niet gebleken van feiten of omstandigheden om daar in de onderhavige, vergelijkbare zaak, in het kader van de toetsing aan uitsluitend artikel 14 van het EVRM en artikel 1 van het Twaalfde Protocol, anders over te oordelen.
De uitspraak op rechtspraak.nl