CRvB 11 maart 2010, ECLI:NL:CRVB:2010:BL8557
Ingangsdatum bevordering. Appellant heeft tot de datum van zijn onderhavige verzoek berust in het feit dat aan hem de rang van adjudant-onderofficier was toegekend. Dit betekent dat de in het bestreden besluit vervatte weigering om een voordracht te doen appellant met terugwerkende kracht tot 1 april 2002 te bevorderen in de rang van eerste luitenant tevens het karakter heeft van een besluit inhoudende weigering terug te komen van het in rechte onaantastbaar geworden, aan de staatssecretaris toe te schrijven, functietoewijzingsbesluit, voor zover daarbij aan hem met ingang van 1 april 2002 de rang van adjudant-onderofficier is toegekend. De Raad dient daarom te beoordelen of aan het verzoek van appellant van 26 september 2005 nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag hebben gelegen en, zo ja, of de staatssecretaris daarin aanleiding had behoren te vinden een voordracht te doen om aan de bevordering van appellant tot eerste luitenant de door appellant gewenste terugwerkende kracht te verlenen. Geen nieuwe feiten of omstandigheden. Geen toezeggingen.
De uitspraak op rechtspraak.nl