CRvB 12 augustus 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5425

Uwv heeft loonsanctie naar aanleiding van bezwaar van werkgever herroepen, op de grond dat niet is komen vast te staan dat de werkgever niet heeft voldaan aan zijn re-integratieverplichtingen. Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep tegen het bestreden besluit gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, maar ook bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit geheel in stand blijven. Het geschil tussen partijen spitst zich toe op de vraag of al dan niet sprake is geweest van onvoldoende re-integratie-inspanningen door de werkgever, als bedoeld in artikel 25, negende lid, van de Wet WIA. De omstandigheid dat het Uwv ambtshalve een loonsanctie oplegt aan de werkgever, maar deze loonsanctie na bezwaar van de werkgever herroept bij een besluit op bezwaar, doet niet af aan het besluitkarakter. Bij een dergelijk besluit op bezwaar is de werknemer belanghebbende. In een geval als dit, waarin appellant stelt dat zijn werkgever tekort is geschoten in zijn re-integratie-inspanningen en dat daarom een loonsanctie moet worden opgelegd, is het aan appellant om feiten naar voren te brengen die voldoende grond opleveren voor het oordeel dat de werkgever niet in redelijkheid heeft kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht en voor het oordeel dat het Uwv daarom een loonsanctie had moeten opleggen of handhaven. De stelling van appellant dat de inspanningen van de werkgever slechts formaliteiten zijn geweest, en dat de werkgever heeft aangestuurd op een arbeidsconflict en op het einde van de dienstbetrekking, vindt geen steun in de stukken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen