CRvB 24 juni 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BI9799
WAO-schatting. De rechtbank heeft aanleiding gezien de bevindingen van zijn ingeschakelde deskundige Rübsaam niet te volgen. Aangezien naar het oordeel van de rechtbank voor de conclusies van Rübsaam, in het bijzonder dat appellant in het geheel niet in staat is tot het verrichten van regulier betaalde arbeid, onvoldoende steun kan worden gevonden in de rapportage van Van der Reijken en De Mol. De Raad overweegt dat zijn vaste jurisprudentie inhoudt dat het oordeel van de door de rechter ingeschakelde onafhankelijke en onpartijdige medisch deskundige in beginsel dient te worden gevolgd, tenzij zich feiten en omstandigheden voordoen die voldoende grond opleveren om van deze lijn af te wijken. De Raad ziet in dit geval - anders dan de rechtbank - geen aanleiding de deskundige Rübsaum niet te volgen. De Raad leidt uit citaten van de ingeschakelde deskundigen in onderlinge samenhang bezien af dat bij appellant sprake is van een autismespectrumstoornis (ASS), te weten Stoornis van Asperger en dat de mate waarin deze stoornis zich bij appellant manifesteert de conclusie rechtvaardigt dat hij voor het verrichten van werkzaamheden is aangewezen op maatwerk, zodat geen theoretische functies voor hem te duiden zijn. Voor het oordeel van de rechtbank dat de voor appellant geselecteerde functies niet ongeschikt zijn, is geen grond te vinden in de bevindingen van de door de rechtbank ingeschakelde deskundigen welke bevindingen naar het oordeel van de Raad op inzichtelijke wijze - en elkaar aanvullend - een beeld schetsen van de gezondheidssituatie van appellant en diens mogelijkheden tot het verrichten van arbeid op de datum in geding. Schending redelijke termijn als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM. Proceskostenveroordeling.
De uitspraak op rechtspraak.nl