CRvB 13 januari 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BH0865
Intrekking WAZ-uitkering. Omvang geding. De rechtbank heeft in haar eerdere uitspraak de beroepsgronden van appellant met betrekking tot de medische grondslag van het besluit van 2004 uitdrukkelijk en zonder voorbehoud zijn verworpen. Dit betekent dat, nu appellant tegen deze uitspraak geen hoger beroep heeft ingesteld, volgens vaste rechtspraak van de Raad van de juistheid van die grondslag moet worden uitgegaan en dat die beroepsgronden in de tweede procedure in beginsel niet opnieuw aan de orde kunnen komen. Dat bij de uitspraak van de rechtbank van 2005 het besluit van 8 juni 2004 geheel is vernietigd, is daarbij niet van belang. De Raad voegt daaraan, in algemene zin, toe dat een uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgrond in een tweede procedure wèl opnieuw aan de orde kan komen als sprake is van nauwe verwevenheid tussen een of meer beroepgronden die in de tweede procedure zijn aangevoerd en die wèl door de rechter moeten worden beoordeeld, en de in de eerste procedure uitdrukkelijk en zonder voorbehoud verworpen beroepsgrond.