CBb 13 mei 2025, ECLI:NL:CBB:2025:299

Last onder dwangsom en invorderingsbesluit. Beroep ongegrond. Gelet op artikel 45, tweede lid, van de Verordening 2019/2035 heeft de minister naar het oordeel van het College terecht vastgesteld dat de identificatie van de schapen van appellant niet voldoende was, nu zijn schapen uitsluitend waren voorzien van een oormerk met nummer en een chip/transponder, en daarmee van een elektronisch oormerk, en niet tevens van een merk met een nummer zonder chip (conventioneel oormerk). Nu de dieren niet op twee manieren te identificeren zijn, heeft de minister terecht een overtreding vastgesteld. Het College is van oordeel dat de minister bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen. De minister heeft tevens terecht geconcludeerd dat appellant niet heeft voldaan aan de opgelegde maatregel uit het dwangsombesluit en dat de opgelegde dwangsom is verbeurd. Appellant heeft geen omstandigheden aangevoerd die voor de minister aanleiding hadden moeten zijn om van de invordering van deze verbeurde dwangsom af te zien.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken