CBb 24 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:935
Accountantstuchtrecht, hoger beroep ongegrond. Volgens appellant heeft de accountant in strijd met het integriteitsbeginsel gehandeld, door de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst tussen appellant en een onderwijsinstelling te ontkennen. De accountantskamer heeft de klacht ongegrond verklaard omdat de accountant een verdedigbaar civielrechtelijk standpunt heeft ingenomen, waarvan hem geen tuchtrechtelijk verwijt valt te maken. In hoger beroep heeft appellant dat oordeel betwist, omdat de accountant bewust onjuist zou hebben gehandeld. Het College oordeelt dat appellant dat niet aannemelijk heeft gemaakt. Evenmin is gebleken van de door appellant gestelde procedurefout van de accountantskamer.
De uitspraak op rechtspraak.nl