CBb 12 juli 2022, ECLI:NL:CBB:2022:409

Appellant verwijt betrokkene dat zij heeft nagelaten om, nadat zij zich bewust werd van de niet-naleving van wet- en regelgeving in zowel haar eigen organisatie als bij een clientvennootschap, de op grond van de geldende NV NOCLAR noodzakelijke stappen te nemen. Het College komt tot het oordeel dat de gestelde niet-nalevingen niet onder het toepassingsbereik van de NV NOCLAR vallen. Voor zover appellant in hoger beroep heeft gesteld dat het door betrokkene in onderhavige tuchtprocedure bij de accountantskamer ingediende verweerschrift onjuistheden bevat, is dit verwijt volgens het College niet te herleiden tot de oorspronkelijke klacht, zodat dit nieuwe verwijt buiten beschouwing wordt gelaten. Het oordeel van de accountantskamer dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat door betrokkene ingenomen standpunten in haar verweerschrift op de eerste klacht (zaaknummer 20/510) bewust onjuist of misleidend waren, wordt door het College gevolgd. Van bijzondere omstandigheden die maken dat betrokkene zich anders had moeten opstellen in de tuchtprocedure over de eerste klacht is hier geen sprake. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken