CBb 24 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:933
Besluitbegrip. Invoeren in de Europese Unie (EU) van een partij graan met daarin een varkenskadaver. De mailberichten van de minister van 14 september 2021 zijn niet aan te merken als besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De door de minister aan appellante in de mailberichten gedane mededelingen zijn niet gericht op rechtsgevolg. De mededelingen behelzen niet meer dan de constateringen van de minister dat de partij graan afkomstig is uit Algerije en als categorie 2-materiaal in de zin van artikel 9 van Verordening 1069/2009 moet worden aangemerkt, de partij niet zonder verplichte importkeuring de EU mag worden ingevoerd en dat Rotterdam in dit geval niet kan dienen als grenscontrolepost. Met de mailberichten heeft de minister aan appellante geen verplichtingen opgelegd, maar heeft hij haar slechts gewezen op al bestaande verplichtingen die rechtstreeks voortvloeien uit de Verordeningen 1069/2009 en 2017/625. De mailberichten van 14 september 2021 zijn daarnaast, als deze zijn aan te merken als bestuurlijke rechtsoordelen, niet gelijk te stellen aan besluiten als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb. De mogelijke gevolgen die het uitlokken van een handhavingsbesluit volgens appellante gehad zou kunnen hebben, vormen geen grond voor het oordeel dat het uitlokken van een (preventief) (handhavings)besluit voor haar onevenredig belastend was.
De uitspraak op rechtspraak.nl