CBb 15 november 2022, ECLI:NL:CBB:2022:754

Algemene wet bestuursrecht: artikelen 1:3, 5:2, 7:1, 8:1 en 8:88. Verordening (EG) nr. 1069/2009 van het Europees Parlement van de van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten en afgeleide producten en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1774/2002 (verordening dierlijke bijproducten): artikel 10. Geen besluit. Geen bestuurlijk rechtsoordeel. Appellante heeft verweerder verzocht om geitenbokjes te mogen slachten volgens een door haar bij haar brief gevoegd protocol (het verzoek). In dit protocol heeft appellante beschreven dat zij geitenbokjes die na het slachten geen postmortem-keuring (pm-keuring) hebben ondergaan in de handel wil brengen als categorie 3-materiaal om het te verwerken tot diervoeder. Het College oordeelt dat verweerder het bezwaar van appellante tegen de afwijzing van het verzoek van appellante ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Verweerder had appellante niet-ontvankelijk moeten verklaren in haar bezwaar. Er is namelijk geen sprake van een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht of een daaraan gelijk te stellen bestuurlijk rechtsoordeel. Het College verklaart het beroep om die reden gegrond en vernietigt het bestreden besluit. Het College ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het bezwaar van appellante alsnog niet-ontvankelijk wordt verklaard. Dit betekent dat het College niet toekomt aan wat appellante verder inhoudelijk heeft aangevoerd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken