CBb 19 november 2024, ECLI:NL:CBB:2024:836

In geschil is de vraag of de minister terecht heeft besloten om een correctie-S&O-verklaring af te geven voor het jaar 2019, omdat de administratie van de onderneming niet voldoet aan het bepaalde in artikel 24, eerste lid, van de Wva. Het College beantwoordt die vraag bevestigend. De onderneming heeft zich op het standpunt gesteld dat de projectadministratie voldoet aan de wettelijke eisen, omdat de aard, inhoud en voortgang van de S&O-werkzaamheden wel daaruit zijn af te leiden. Deze beroepsgrond slaagt niet. Verder doet de onderneming een beroep op het vertrouwensbeginsel. Omdat de uitgevoerde werkzaamheden en de gerealiseerde kosten dezelfde zijn als in de goedgekeurde aanvraag, heeft zij erop mogen vertrouwen dat de minister geen correctie zou uitvoeren. Daarnaast doet zij een beroep op het motiverings- en evenredigheidsbeginsel. Ook is het bestreden besluit volgens haar in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Die beroepsgronden slagen ook niet. Ten slotte is, anders dan de onderneming stelt, geen sprake van een zorgvuldigheidsgebrek, omdat de minister correspondentie over de controle niet naar haar gemachtigde heeft gestuurd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken