CBb 2 juli 2024, ECLI:NL:CBB:2024:418
Last onder dwangsom en (gewijzigde) invorderingsbesluiten. Hoewel het tijdsverloop van 11 maanden tussen de controle en het opleggen van de last als lang kan worden aangemerkt, brengt dit in deze zaak niet mee dat de last niet meer kon worden opgelegd. De minister was bevoegd om de last onder dwangsom aan appellante op te leggen en hij heeft de aan de maatregelen ten grondslag liggende overtredingen terecht geconstateerd. Appellante heeft tegen de invorderingsbesluiten geen andere beroepsgronden aangevoerd dan tegen de last onder dwangsom en die beroepsgronden slagen dus niet. De minister heeft tijdens de beroepsprocedure de ingevorderde bedragen van de invorderingsbesluiten naar beneden bijgesteld. Geen proceskostenveroordeling vanwege samenhangende zaak waarin al een proceskostenveroordeling ten behoeve van appellante is opgenomen.
De uitspraak op rechtspraak.nl