CBb 11 juni 2024, ECLI:NL:CBB:2024:390
Hoger beroep. Vier boetebesluiten vanwege bezoedeling karkassen. Geen reden voor twijfel aan de juistheid van de rapporten van bevindingen. Uitleg en toepassing van artikel 3, eerste lid, in samenhang met de onderdelen 7 en 10 van bijlage III, sectie 1, hoofdstuk IV van Verordening 853/2004: mag een karkas nog worden opgeknapt na de stempelaar? Aangezien de door de toezichthouders geconstateerde zichtbare verontreinigingen met mest en gal zijn aangetroffen vlak voordat de karkassen worden voorzien van een gezondheidsmerk en in een boetezaak zelfs na de stempelaar en ook niet is gesteld of gebleken dat er nog opknappunten zijn gelegen tussen de in de vorige overweging opgesomde locaties waar de controles door de toezichthouders hebben plaatsgevonden en het stempelen, heeft de minister terecht geconcludeerd dat sprake is van overtreding van artikel 3, eerste lid, en bijlage III, sectie I, hoofdstuk IV, onderdeel 10, van Verordening 853/2004. Het College ziet geen grond voor het stellen van prejudiciële vragen over de uitleg van deze bepalingen. Geen strijd met het rechtzekerheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het vertrouwensbeginsel. Het hoger beroep slaagt daarom niet. Het College bevestigt de aangevallen uitspraak.
De uitspraak op rechtspraak.nl