CBb 30 november 2021, ECLI:NL:CBB:2021:1027
Hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Rotterdam waarbij een door de NVWA opgelegde boete aan een slachterij voor een verontreiniging op een kalverkarkas in stand is gelaten. Volgens de rechtbank heeft de NVWA terecht geconstateerd dat sprake is van overtreding van artikel 3, lid 1 en Bijlage III, sectie I, hoofdstuk IV, punt 7 en 10 van Verordening nr. 853/2004. De NVWA mocht uitgaan van de bevindingen van de toezichthouder. Wat appellante daar tegenin brengt maakt niet dat het College twijfelt aan die bevindingen. Het College volgt appellante ook niet in de stelling dat er na de postmortemkeuring nog opknaphandelingen verricht mogen worden. Tot slot is het College van oordeel dat verweerder niet buiten de grondslag van het primaire besluit en het rapport van bevindingen is getreden. Het hoger beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl