CBb 30 april 2024, ECLI:NL:CBB:2024:311

Last onder dwangsom en invorderingsbesluit naar aanleiding van het niet dan wel onjuist registreren van honden. Beroep tegen bestreden besluit en invorderingsbesluit gegrond. Het College is van oordeel dat de minister bevoegd was een last onder dwangsom op te leggen. Gelet op de onduidelijkheid bij appellanten over de uitvoerbaarheid van de last tot 17 februari 2021 en de moeilijkheden die zij daarna nog ondervonden bij de registratie in de databank was de uiteindelijk vergunde begunstigingstermijn, te kort om uitvoering te kunnen geven aan de opgelegde last. De begunstigingstermijn was daarom niet evenwichtig. Het bestreden besluit komt wegens strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb voor vernietiging in aanmerking. Vanwege het tijdsverloop kan in een nieuw besluit op bezwaar niet alsnog een nieuwe begunstigingstermijn worden gesteld. Uit het oogpunt van finale geschillenbeslechting ziet het College daarom aanleiding om het dwangsombesluit te herroepen. Omdat de last daarmee komt te vervallen, betekent dit ook dat niet langer sprake is van een verbeurde dwangsom. Om die reden wordt ook het invorderingsbesluit vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken