CBb 12 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:162
Bestuurlijke boetes. Verordening 852/2004. Verontreiniging van karkassen door baansmeer. Exceptieve toetsing van het Specifiek interventiebeleid vlees. De beleidsregel is wat betreft de interventie van het opleggen van een boete niet geschikt en daarom in strijd met het in artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht opgenomen evenredigheidsbeginsel. De minister intervenieert bij controles inzake verontreiniging door baansmeer op basis van het Specifiek interventiebeleid vlees op een andere wijze dan bij controles inzake verontreiniging door inhoud van het spijsverteringskanaal op basis van het Handhavingsprotocol verontreiniging karkassen bij slachthuizen Pluimvee met permanent toezicht (Handhavingsprotocol). De minister heeft geen rechtvaardiging gegeven voor dit onderscheid in interveniëren. In geval van verontreiniging door baansmeer waarschuwt de minister één keer schriftelijk alvorens hij een boete oplegt en in het geval van verontreiniging door inhoud van het spijsverteringskanaal twee keer. Daarnaast legt de minister in het geval van verontreiniging door baansmeer eerder een boete op na een herhaalde overtreding dan in het geval van verontreiniging door inhoud van het spijsverteringskanaal. De minister mocht de beleidsregel niet aan de boetebesluiten ten grondslag leggen. De boetebesluiten blijven herroepen. Veroordeling van de Staat en de minister tot vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
De uitspraak op rechtspraak.nl