CBb 5 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:143
Bij het College hebben in totaal 34 varkenshouderijen beroep ingesteld tegen (in bezwaar genomen) besluiten die gaan over de diergezondheidsheffing die de minister heeft opgelegd voor het jaar 2018. In deze uitspraak wordt beslist op dertig van deze beroepen. Die beslissing houdt in dat het College de beroepen ongegrond verklaart. Het College volgt niet het betoog van de varkenshouderijen dat de minister ten onrechte een heffing heeft opgelegd voor de afvoer van varkens tussen verschillende bedrijfslocaties van één rechthebbende. Het College ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het tarief onevenredig en/of in strijd met het gelijkheidsbeginsel is. Enkele varkenshouderijen hebben aangevoerd dat bij de heffing geen rekening is gehouden met een bedrijfsoverdracht. Het College oordeelt dat deze bedrijfsoverdrachten te laat gemeld zijn en dat de gevolgen hiervan voor rekening en risico van de betrokken varkenshouderijen komen.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Meststw
- Artikel 7:12 Awb
- Artikel 1 GWWD
- Artikel 91c GWWD
- Artikel 91e GWWD
- Artikel 91f GWWD
- Artikel 91m GWWD
- Artikel 96a GWWD
- Artikel 32 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 2 Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria
- Artikel 3 Besluit diergezondheidsheffing
- Artikel 11 Besluit diergezondheidsheffing
- Artikel 2