CBb 5 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:141
Bij het College hebben in totaal 34 varkenshouderijen beroep ingesteld tegen (in bezwaar genomen) besluiten die gaan over de diergezondheidsheffing die de minister heeft opgelegd voor het jaar 2018. In deze uitspraak wordt beslist op twee van deze beroepen. De ene beslissing houdt in dat het College het beroep van Landbouwbedrijf [naam 2] B.V. niet-ontvankelijk verklaart, omdat zij geen belanghebbende is bij de heffing die aan [naam 1] B.V is opgelegd. De andere beslissing houdt in dat het College het beroep van [naam 1] B.V ongegrond verklaart. Het besluit op bezwaar blijft in stand. Het College volgt [naam 1] B.V niet in haar betoog dat de minister ten onrechte een heffing heeft opgelegd voor de afvoer van varkens tussen verschillende bedrijfslocaties die onderdeel uitmaken van dezelfde Holding. Het College ziet geen aanleiding voor het oordeel dat het tarief onevenredig en/of in strijd met het gelijkheidsbeginsel is.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 1 Meststw
- Artikel 1:2 Awb
- Artikel 8:1 Awb
- Artikel 91c GWWD
- Artikel 91e GWWD
- Artikel 91f GWWD
- Artikel 91m GWWD
- Artikel 32 Regeling identificatie en registratie van dieren
- Artikel 2 Regeling erkenning en aanwijzing veterinaire laboratoria
- Artikel 3 Besluit diergezondheidsheffing
- Artikel 11 Besluit diergezondheidsheffing
- Artikel 2