CBb 21 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:77
TVL. Q4 2020. Vaststelling. Het College is van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat hij de TVL-subsidie in dit geval niet op een hoger bedrag kon vaststellen dan het (maximale) bedrag dat in het verleningsbesluit wordt genoemd. Het bepaalde in de artikelen 4:31 en 4:46, tweede lid, van de Awb staat daaraan niet in de weg. Evenmin is de onaantastbaarheid van het verleningsbesluit daarvoor een belemmering. Het beroep is gegrond. Het College voorziet zelf in de zaak en stelt de subsidie vast op € 90.000,-.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 24 mei 2022, ECLI:NL:CBB:2022:267
- CRvB 7 november 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:3478
- ABRvS 20 januari 2010, ECLI:NL:RVS:2010:BK9890
- ABRvS 14 oktober 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BK0112
- ABRvS 15 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR7562
- ABRvS 25 februari 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AO4351
- ABRvS 31 juli 2002, ECLI:NL:RVS:2002:AE6007