CBb 3 oktober 2023, ECLI:NL:CBB:2023:550

Appellante heeft bij afzonderlijke besluiten zes boetes opgelegd gekregen, omdat zij bij het doden van dieren en daarmee verband houdende activiteiten er niet voor heeft gezorgd dat de betreffende kuikens elke vermijdbare vorm van pijn, spanning of lijden wordt bespaard. De rechtbank Rotterdam heeft geoordeeld dat appellante de overtredingen heeft begaan en daarvoor terecht is beboet. De rechtbank Rotterdam heeft het beroep van appellante alleen gegrond verklaard vanwege een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de mens en de fundamentele vrijheden en de opgelegde boetes gematigd. Het College ziet reden de boetes verder te matigen vanwege verdere overschrijding van de redelijke termijn. Voor het overige wordt de aangevallen uitspraak bevestigd. ________________________________________

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken