CBb 15 november 2022, ECLI:NL:CBB:2022:763

Appellante heeft volgens de minister ten eerste gehandeld in strijd met artikel 53 van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet (Uitvoeringsregeling) door mest te vervoeren zonder dat de in deze bepaling bedoelde apparatuur adequaat functioneerde. Appellante is door de onjuiste vermelding van de feitcode niet in haar verdedigingsbelang geschaad. De systematiek en de uitgangspunten van de Awb ter zake van het beslissen op een bezwaarschrift brengen met zich dat een primair besluit in volle omvang wordt heroverwogen en dat deze heroverweging de gelegenheid biedt fouten te herstellen. Verder was de minister niet gehouden een zienswijze te vragen over zijn voornemen tot boeteoplegging. Overschrijding redelijke termijn met ruim zes maanden. Anders dan de rechtbank heeft overwogen ziet het College geen aanleiding om in deze zaak vanwege het processuele gedrag van appellante af te wijken van het uitgangspunt dat de redelijke termijn voor een procedure in drie instanties in beginsel niet is overschreden als die procedure niet langer dan vier jaar in beslag heeft genomen. De aangevallen uitspraak wordt vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken