CBb 15 augustus 2023, ECLI:NL:CBB:2023:421
Naar het oordeel van het College heeft de minister terecht geen aanleiding gezien af te wijken van de gerapporteerde omzet in de aangifte omzetbelasting over Q4 2020. Dat het jaarrekeningenrecht een ander omzetbegrip en andere systematiek hanteert waardoor op een andere wijze rekening wordt gehouden met vooruit gefactureerde bedragen dan in de aangifte omzetbelasting, maakt het uitgangspunt van de TVL niet anders en vormt geen aanleiding om van de aangifte af te wijken. De minister heeft verder terecht geen rekening gehouden met de suppletieaangifte, omdat de omzet in de subsidieperiode aan de hand van die suppletieaangifte niet inzichtelijk is geworden. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 28 februari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:105
- CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:806
- CBb 20 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:819
- CBb 6 december 2022, ECLI:NL:CBB:2022:789
- CBb 4 oktober 2022, ECLI:NL:CBB:2022:692
- CBb 23 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:572
- CBb 2 augustus 2022, ECLI:NL:CBB:2022:491
- CBb 21 juni 2022, ECLI:NL:CBB:2022:323
- CBb 11 januari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:5
- CBb 17 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:852