CBb 24 januari 2023, ECLI:NL:CBB:2023:41
TVL. Vaststelling Q4 2020. Naar het oordeel van het College is verweerder in het geval van appellante terecht uitgegaan van de omzetgegevens zoals die volgen uit de aangifte omzetbelasting. Niet in geschil is dat appellante aangifte omzetbelasting doet, zodat in haar geval artikel 2.1.2, vijfde lid, van de TVL van toepassing is. Dit betekent dat, ongeacht de verwijzing naar artikel 2:377, zesde lid, van het BW in de toelichting bij TVL 1, het uitgangspunt is dat de omzet van appellante in het kader van de TVL wordt bepaald aan de hand van de aangifte omzetbelasting. Door appellante is ook de desinvestering opgenomen in de aangifte omzetbelasting, waardoor ook de desinvestering als omzet in het kader van de TVL moet worden beschouwd. Het beroep van appellante op het vertrouwensbeginsel en gelijkheidsbeginsel slaagt niet. Verweerder heeft terecht artikel 2.1.12, vierde lid, van de TVL toegepast en de subsidie van appellante op € 0,- vastgesteld.
De uitspraak op rechtspraak.nl