CBb 25 april 2023, ECLI:NL:CBB:2023:204

TVL juni tot en met september 2020. Vaststelling op nihil. Tussen partijen is niet in geschil dat appellant zowel de omzet van de foodstand als de inkomsten uit andere werkzaamheden heeft opgegeven in de aangifte omzetbelasting, en daarover ook omzetbelasting betaalt. De minister is bij de bepaling van het omzetverlies terecht uitgegaan van de omzetgegevens zoals die volgen uit de aangifte omzetbelasting. De minister hoefde ook geen uitzondering te maken op grond van het gelijkheidsbeginsel. Het feit dat geen sprake (meer) is van ten minste 30% berekend omzetverlies, is geen uitzonderlijke omstandigheid die maakt dat de toepassing van de TVL op dit punt onevenredig is en de minister de omzet op andere wijze had moeten berekenen. Het College concludeert daarom dat de minister de subsidie van appellant terecht heeft vastgesteld op € 0,-. Het College is daarnaast van oordeel dat de minister het uitbetaalde voorschot terecht heeft teruggevorderd. Het bestreden besluit is wel onvoldoende gemotiveerd. Het College passeert dit gebrek op grond van artikel 6:22 van de Awb. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken