CBb 18 april 2023, ECLI:NL:CBB:2023:195
Hoger beroep - Boetes wegens vangletsel bij kuikens. De minister heeft de juiste wettelijke grondslag (artikel 3 van de Transportverordening) gehanteerd, omdat het pluimveebedrijf – ook al is hij niet de vervoerder – wel de houder van de kuikens is en het laden van de kuikens een met een verplaatsing samenhangende activiteit is. Geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouders. De methode die de toezichthouders hebben gebruikt voor het vaststellen van vangletsel is deugdelijk. Niet aannemelijk is dat de bloedingen zijn veroorzaakt bij het vervoer of bij de slacht. Het College acht de toezichthouders voldoende geoefend en deskundig om bij een hoge bandsnelheid accuraat gedurende twee maal twee minuten donkerrode tot paarse bloedingen met een lengte van minimaal 3 cm te tellen. Hoogte van de boetes is passend en geboden. Overschrijding van de termijn die gesteld wordt in artikel 5:51, eerste lid, van de Awb is geen aanleiding om de boetes te matigen. Overschrijding van de redelijke termijn in twee boetezaken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 27 september 2022, ECLI:NL:CBB:2022:656
- CBb 29 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:149
- CBb 27 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:794
- CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:706
- CBb 4 mei 2021, ECLI:NL:CBB:2021:470
- CBb 17 december 2019, ECLI:NL:CBB:2019:688
- CBb 10 december 2019, ECLI:NL:CBB:2019:664
- CBb 19 juni 2018, ECLI:NL:CBB:2018:290