CBb 18 april 2023, ECLI:NL:CBB:2023:194
Hoger beroep - Boete wegens vangletsel bij kuikens. De minister heeft de juiste wettelijke grondslag (artikel 3 van de Transportverordening) gehanteerd, omdat het pluimveebedrijf – ook al is hij niet de vervoerder – wel de houder van de kuikens is en het laden van de kuikens een met een verplaatsing samenhangende activiteit is. Geen aanleiding om te twijfelen aan de bevindingen van de toezichthouder. De methode die de toezichthouder heeft gebruikt voor het vaststellen van vangletsel is deugdelijk. Niet aannemelijk is dat de bloedingen zijn veroorzaakt bij het vervoer of bij de slacht. Het College acht de toezichthouder voldoende geoefend en deskundig om bij een hoge bandsnelheid accuraat gedurende twee maal twee minuten donkerrode tot paarse bloedingen met een lengte van minimaal 3 cm te tellen. Hoogte van de boete is passend en geboden. Overschrijding van de termijn die gesteld wordt in artikel 5:51, eerste lid, van de Awb is geen aanleiding om de boetes te matigen.
De uitspraak op rechtspraak.nl