CBb 11 april 2023, ECLI:NL:CBB:2023:191

TVL juni tot en met september 2020. Door de minister is geen besluit op een aanvraag genomen, als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb. Het bezwaar is daarom terecht op grond van artikel 6:6 van de Awb kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Omdat er geen besluit is genomen waartegen bezwaar kan worden gemaakt, komt het College niet toe aan de vraag of sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding. Het College is daarnaast van oordeel dat, omdat niet is gebleken dat de onderneming reeds eerder kenbaar heeft gemaakt een aanvraag in het kader van de TVL te willen doen, er voor de minister geen aanleiding of verplichting was de brief van 22 maart 2021 te beschouwen als een impliciete aanvraag voor een subsidie op grond van de TVL. Het beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur slaagt daarnaast niet. Het beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken