CBb 1 februari 2022, ECLI:NL:CBB:2022:49

Appellant voert in beroep aan dat verweerder ten onrechte zijn verzoek om herziening heeft afgewezen. Appellant kon, anders dan verweerder stelt, na ontvangst van het vaststellingsbesluit van zijn fosfaatrechten in januari 2018, niet weten dat de registratie van de dieren onjuist was. Ten onrechte stelt verweerder dat de melkveehouder de juistheid van het I&R-systeem te allen tijden zou moeten controleren. Appellant mocht er in redelijkheid op vertrouwen dat de tussenpersoon – die de doodgeboorten in het systeem zou vermelden – de gegevens juist zou doorvoeren. Het College is van oordeel dat de foutieve registratie geen nieuw feit of veranderde omstandigheid is. Appellant had daarmee immers al voor het besluit van 3 januari 2018 bekend kunnen zijn. Tegen het besluit in het kader van de Regeling fosfaatreductieplan heeft appellant wel bezwaar gemaakt. Dat besluit is in bezwaar door verweerder aangepast naar aanleiding van de aangepaste I&R-registratie van de op het bedrijf van appellant aanwezige dieren op 2 juli 2015. Anders dan appellant heeft betoogd is dat besluit niet ambtshalve herzien. Dat dat besluit op bezwaar in het kader van de Regeling fosfaatreductieplan voor appellant ongunstig uitpakt betekent niet dat de weigering van verweerder om het besluit van 3 januari 2018 te herzien evident onredelijk is.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken