CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:707
Appellante heeft een verzoek gedaan aan verweerder om terug te komen op onder meer het verlagen van haar fosfaatrecht. Dit verzoek heeft zij niet onredelijk laat ingediend. Verweerder heeft het verzoek afgewezen met toepassing van artikel 4:6 van de Awb. Tussen partijen is niet in geschil dat geen sprake is van een nieuw feit of veranderde omstandigheid. Wel in geschil is of zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan. Het College benadrukt in deze zaak dat, nu het College in eerdere uitspraken artikel 3 van de Beleidsregel fosfaatrechten jongvee buiten toepassing heeft verklaard, dit artikel vanwege strijdigheid met de wet geen rechtsgeldigheid toekomt. Als gevolg hiervan doet zich een (relevante) wijziging van het recht voor en kan de motivering in het bestreden besluit geen stand houden. Wat betreft de finale geschilbeslechting stelt het College vast dat de weigering van verweerder om op terug te komen, in strijd is met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De door verweerder ingeroepen belangen om (toch) niet terug te komen, namelijk die van rechtszekerheid en doelmatig bestuur, wegen onvoldoende op tegen de belangen van appellante. Het beroep is gegrond en het bestreden besluit wordt vernietigd voor zover daarbij het verzoek om terug te komen niet is ingewilligd.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 3 november 2020, ECLI:NL:CBB:2020:781
- CBb 25 juni 2019, ECLI:NL:CBB:2019:244
- CBb 21 mei 2019, ECLI:NL:CBB:2019:214
- CBb 16 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:139
- CBb 16 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:140
- CBb 16 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:141
- ABRvS 25 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2870
- ABRvS 10 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU0764