CBb 12 april 2022, ECLI:NL:CBB:2022:169

Wet dieren. Vangletsel. Vangletseltelling. De minister richt zich in hoger beroep tegen het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende is bewezen dat het geconstateerde letsel is ontstaan bij het vangen van de kuikens. De rechtbank oordeelde dat de methode die de minister bij het vaststellen van de overtredingen had gebruikt, niet deugdelijk was. Het College wijst erop dat dezelfde methode inmiddels in meerdere zaken in hoger beroep bij het College aan de orde is geweest en dat het College in die zaken steeds heeft geoordeeld dat er geen aanknopingspunt is voor het oordeel dat de door de minister gehanteerde methode voor het vaststellen van vangletsel niet deugdelijk is. Het College ziet in hetgeen door partijen bij de rechtbank en in hoger beroep naar voren is gebracht geen aanleiding om van zijn eerdere uitspraken af te wijken. Het hoger beroep van de minister slaagt, de aangevallen uitspraak wordt vernietigd en het tegen de boetebesluiten ingestelde beroep wordt alsnog ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken