CBb 29 maart 2022, ECLI:NL:CBB:2022:145

Artikel 6.2, eerste lid, van de Wet Dieren Artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Regeling dierlijke producten Artikel 4, tweede lid en bijlage II, hoofdstuk I, punt 2, aanhef en onder b, bij Verordening 852/2004 Hoger beroep – boete – levensmiddelenhygiëne – condens op inpakafdeling van pluimveeslachterij. Ook als schoonmaakwater de oorzaak vormt van of bijgedragen heeft aan de condensvorming doet dat aan de feitenvaststelling en de kwalificatie niet af. De mate van condensvorming en de verspreiding over de gehele inpakafdeling doet veronderstellen dat daaraan gebreken in de constructie ten grondslag lagen. Het betoog van appellante dat ertoe strekt dat de vastgestelde condensvorming bij uitsluiting wordt genormeerd door het voorschrift van punt 1, aanhef en onder c, van hoofdstuk II, van bijlage II bij Verordening 852/2004, volgt het College niet. Daarvoor is allereerst van belang dat de toezichthouder op meer oppervlakken dan alleen plafonddelen condens heeft aangetroffen. Bovendien blijkt uit het rapport van bevindingen dat condens in zulke mate aanwezig was dat dit de gehele inpakafdeling betrof en niet slechts enkele onderdelen. Het hoger beroep is ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen