CBb 28 september 2021, ECLI:NL:CBB:2021:906
GLB. Aanvraag betalingsrechten uit de Nationale reserve voor jonge landbouwers. Uit de jurisprudentie van het College kan niet worden afgeleid dat in de situatie dat de maatschap voor onbepaalde tijd is aangegaan en partijen uitdrukkelijk zijn overeengekomen dat sprake is van een proefmaatschap, toch geen sprake kan zijn van een proefmaatschap en bijgevolg waarvan de betreffende maat (nog) geen daadwerkelijke langdurige zeggenschap heeft. Het College is met appellante van oordeel dat, hoewel de maatschap voor onbepaalde tijd was aangegaan, sprake was van een proefmaatschap in de periode van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2014. Dit betekent dat de wijze waarop verweerder artikel 5, tiende lid, van de Beleidsregel in dit geval heeft toegepast niet verenigbaar is met de Uitvoeringsregeling (en artikel 49, eerste lid, aanhef en onder b, van Verordening 639/2014) en om die reden hier buiten toepassing moet worden gelaten.
De uitspraak op rechtspraak.nl