CBb 27 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:789
Fosfaatrechten. Artikel 23, derde en zesde lid, Meststoffenwet. Het College oordeelt dat verweerder de fosfaatruimte juist heeft vastgesteld. Dat betekent dat het bedrijf van appellante niet grondgebonden is en verweerder dus terecht een korting heeft toegepast. De toepassing van de knelgevallenregeling is niet meer in geschil. Verweerder heeft berekend dat appellante recht heeft op 2.000 kg fosfaatrecht en appellante kan zich in deze berekening vinden. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat het fosfaatrechtenstelsel een individuele en buitensporige last op haar legt. Gezien het tijdstip waarop zij heeft geïnvesteerd in de bouw van een nieuwe stal – voorjaar 2015 – is deze investeringsbeslissing niet navolgbaar. Het beroep is gegrond, het College vernietigt het bestreden besluit en voorziet zelf in de zaak door het fosfaatrecht vast te stellen op 2.000 kg.
De uitspraak op rechtspraak.nl