CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:701

Msw. Fosfaatrechten. Schade. Vaststaat dat appellant het betreffende perceel niet volgens de in voormelde bijlage C voorgeschreven gestratificeerde aselecte steekproefmethode heeft bemonsterd. Aan de voorwaarden uit artikel 33 van de Uitvoeringsregeling is dus niet voldaan. Dit betekent dat nu appellant een andere dan de in bijlage C voorgeschreven bemonsteringsmethode heeft gebruikt, onvoldoende is komen vast te staan dat de werkelijke fosfaattoestand van de bodem van het perceel met volgnummer 1 fosfaatarm/-fixerend was (zie ook ECLI:NL:CBB:2020:314, r.o. 6.1). Ingevolge artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van schade die de belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit. Die schade kan het gevolg zijn van een handelen (zoals de verkoop/afvoer van dieren of de aankoop/lease van fosfaatrechten) en/of nalaten (zoals het afzien van een uitbreiding van de veestapel of het afzien van verlease of verkoop van fosfaatrecht) dat direct verband houdt met het onrechtmatig handelen. De stelplicht en bewijslast van de schade en het causaal verband tussen het onrechtmatig handelen van verweerder en de schade liggen bij de melkveehouder. Daarbij dient de melkveehouder de daadwerkelijk geleden schade aannemelijk te maken. Appellant is hierin niet geslaagd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken