CBb 6 juli 2021, ECLI:NL:CBB:2021:697

Artikel 3:2, van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:88, van de Algemene wet bestuursrecht Artikel 8:92, eerste lid, onder c, van de Algemene wet bestuursrecht artikel 6, van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden Fosfaatrechten. Verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Weliswaar staat de onrechtmatigheid van de besluitvorming vast, maar in dit geval valt de onrechtmatigheid niet toe te rekenen aan verweerder. Het College volgt de stelling van verweerder dat het op de weg lag van appellante om na de servicemelding dan wel in bezwaar aan te voeren dat de melkproductie onjuist was. Nu appellante pas in beroep heeft aangevoerd dat verweerder in het primaire en bestreden besluit de onjuiste gemiddelde melkproductie in 2015 heeft gehanteerd bij de toekenning van het aantal kg fosfaatrecht was verweerder niet in staat om de melkproductie eerder aan te passen, terwijl verweerder aan zijn onderzoeksplicht als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb heeft voldaan en eveneens heeft voldaan aan zijn uit artikel 3:2 van de Awb voortvloeiende verplichting aan appellant duidelijk te maken welke informatie van hem werd gevraagd. De redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het EVRM is wel verstreken, zodat aan appellant een schadevergoeding wordt toegekend.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken