CBb 22 juni 2021, ECLI:NL:CBB:2021:636
Landbouw. Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB. Vergroeningseisen. Verweerder heeft de relatienummers waaronder de Gecombineerde opgaven in 2016 en in 2018 zijn gedaan voor de varkenshouderij respectievelijk de rundveehouderij gekoppeld en deze (steeds) samengevoegd als één aanvraag van één landbouwer. Als gevolg daarvan voldoet appellant niet meer aan de vrijstellingsvoorwaarden van de aanwezigheid van een ecologisch aandachtsgebied en is op de uitbetaling voor de beide jaren een korting toegepast. Het College overweegt met verwijzing naar de uitspraak van 29 mei 2018 (ECLI:NL:CBB:2018:229) dat het gemeenschappelijk landbouwbeleid voorziet in inkomenssteun voor een landbouwer, en niet in inkomenssteun voor een bedrijf. De steun wordt aan de landbouwer toegekend voor al zijn landbouwactiviteiten. De rundveehouderij en de varkenshouderij moeten dan ook worden aangemerkt als eenheden die tezamen één landbouwbedrijf van appellant vormen. Verweerder heeft dan ook terecht bij de beoordeling van het recht op uitbetaling van de basis- en de vergroeningsbetaling de beide eenheden en alle in dat kader opgegeven percelen samen genomen. Dat dit als bijkomend effect heeft dat appellant daardoor niet aan de vergroeningseisen voldoet, kan niet leiden tot een ander oordeel. Beroep ongegrond. Wel ambtshalve toekenning schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De uitspraak op rechtspraak.nl