CBb 23 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:325

Beschikbaarheidbijdrage voor (medische) vervolgopleidingen. De beroepen zijn gericht tegen de afwijzing van een beschikbaarheidbijdrage voor instroomplaatsen voor 2019 (zaak 19/1956) en tegen de vaststelling van de beschikbaarheidbijdrage voor 2018 (zaak 20/698). De aanvraag voor 2019 is afgewezen omdat de erkenning van appellante als praktijkopleidingsinstelling voor de opleidingen gezondheidspsycholoog en psychotherapeut miv 1-7-2018 is ingetrokken. Als gevolg daarvan werd appellante niet opgenomen in het verdeelplan voor 2019. Het College is van oordeel dat de NZa, ter uitvoering van de door de minister gegeven aanwijzingen, als voorwaarde heeft mogen stellen dat een opleidingsplaats is opgenomen in het verdeelplan. Het verdeelplan wordt vastgesteld door de minister en heeft in deze procedure als vaststaand te gelden. Nu appellante voor het jaar 2019 niet was opgenomen in het verdeelplan heeft NZa de afwijzing voor een beschikbaarheidbijdrage kunnen handhaven. De beschikbaarheidbijdrage voor 2018 is vastgesteld conform de aanvraag van appellante. Aangezien die beschikbaarheidbijdrage is bedoeld ter vergoeding van de kosten die een opleidende zorgaanbieder daadwerkelijk maakt voor het verzorgen van de medische vervolgopleiding, heeft de NZa deze terecht vastgesteld op het bedrag dat correspondeert met het daadwerkelijke aantal fte’s dat in 2018 is opgeleid. Geen bijzondere omstandigheden. De beroepen zijn ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen