CBb 23 maart 2021, ECLI:NL:CBB:2021:309
Msw. Fosfaatrecht. Melkproductie. Het College volgt verweerder in zijn standpunt dat appellant in beginsel aan zijn oorspronkelijke opgave van de melkproductiegegevens van 2015 mag worden gehouden. Dat betekent dat appellant niet alleen moet bewijzen hoeveel melk hij aan kalveren heeft vervoederd en heeft weggegooid in verband met antibiotica, maar ook waarom dat afwijkt van zijn eerdere opgave. Voor zover appellant als verklaring voor de discrepantie tussen zijn oorspronkelijke opgave en zijn huidige stellingen aanvoert dat hij destijds onnauwkeurig en onzorgvuldig is geweest, komt dat naar het oordeel van het College voor zijn rekening en risico, temeer nu in de brieven van verweerder in de aanloop naar het primaire besluit het belang van een juiste opgave ruimschoots voldoende duidelijk is gemaakt. Het College concludeert dat appellant onvoldoende heeft aangetoond dat verweerder van een (nog) hogere totale melkproductie in 2015 zou moeten uitgaan. Artikel 1 EP EVRM. Het betoog van appellante dat het fosfaatrechtenstelsel op niveau van de regeling strijd oplevert met artikel 1 van het EP faalt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 16 april 2019, ECLI:NL:CBB:2019:140
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522