CBb 1 december 2020, ECLI:NL:CBB:2020:900

Artikel 23, derde en vierde lid, van de Meststoffenwet. Tussenuitspraak. Fosfaatrechten. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd dat appellant niet de feitelijke beschikkingsmacht over 9,99 ha zou hebben en dat de werkelijke oppervlakte van de percelen van appellant kleiner is. Het gaat te ver om geheel geen rekening te houden met de weggevloeide melk omdat de door appellante overgelegde stukken niet volledig leesbaar zijn, nu niet in geschil is dat in het jaar 2015 diergeneesmiddelen zijn toegediend en als gevolg daarvan melk is weggevloeid. Verweerder moet een reële hoeveelheid separatiemelk vaststellen met de door appellant overgelegde gegevens die wel leesbaar zijn als uitgangspunt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken