CBb 21 juli 2020, ECLI:NL:CBB:2020:480

Fosfaatrechten. Veehandelaar levert zowel aan bedrijven in Nederland als voor de export. In Nederland levert appellante niet aan melkveehouderijen. Een dier blijft ten minste 21 dagen op het bedrijf voordat het wordt doorverkocht. Daardoor fluctueert het aantal op het bedrijf aanwezige dieren. De “aard van het bedrijf” valt niet onder de in de knelgevallenregeling genoemde oorzaken van een lager uitvallend fosfaatrecht. Appellante heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij een individuele en buitensporige last draagt. Verweerder heeft uitdrukkelijk en bij herhaling aangegeven dat appellante alleen verantwoordelijkheid draagt voor de categorie-indeling van haar vee op basis van de geschiedenis en het doel waarvoor appellante de koe verkoopt. Als daarna het doel wijzigt, heeft dat dus geen invloed op de door appellante gehanteerde categorie-indeling. Dat maakt het voor appellante mogelijk om haar vee in de juiste categorie in te delen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken