CBb 9 juni 2020, ECLI:NL:CBB:2020:391

Regeling fosfaatreductieplan 2017. Artikel 12, tweede lid, van de Regeling voorziet in de mogelijkheid het referentieaantal hoger vast te stellen ingeval de veestapel van de melkveehouder als gevolg van een of meer bijzondere omstandigheden met minstens 5% in omvang is gedaald. Omdat appellant in de periode voorafgaand aan de peildatum in het geheel geen runderen hield, is zijn veestapel niet in omvang gedaald. Verweerder heeft zich dan ook terecht op het standpunt gesteld dat de knelgevallenregeling in een geval als dit geen mogelijkheid tot aanpassing van het referentieaantal biedt. Naar het oordeel van het College heeft appellant niet aannemelijk gemaakt dat hij een individuele en buitensporige last te dragen heeft. In dit geval weegt het belang van de gehele melkveesector bij het behoud van de derogatiebeschikking zwaarder dan de belangen van appellant. Het besluit op het door appellant gemaakte bezwaar is daarom niet in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken