CBb 26 mei 2020, ECLI:NL:CBB:2020:356
Wmg. Verlening beschikbaarheidbijdrage voor spoedeisende hulp (SEH) en acute verloskunde (AV). De verleende beschikbaarheidbijdrage SEH bestaat uit de salariskosten van één (24/7) arts en één (24/7) verpleegkundige, alsmede een vergoeding voor materiële kosten en kapitaallasten. Appellanten stellen dat de ziekenhuisgroep de afdelingen voor SEH en AV op de locatie Den Helder met de door de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) verleende beschikbaarheidbijdrage niet kostendekkend kan exploiteren, nu NZa daarbij ten onrechte geen rekening heeft gehouden met de kosten van de achterwacht en tevens de functies SEH en AV wat de hoogte van de vergoeding betreft ten onrechte heeft gereduceerd tot een genormeerde inzet van personeel, materieel en kapitaallasten. Appellanten wijzen erop dat de ziekenhuisgroep door de minister van VWS verplicht is om de locatie Den Helder open te houden, vanwege de gevoeligheid van de afdelingen SEH en AV voor de 45-minutennorm. Volgens appellanten moet daarom het volledige exploitatietekort van deze ziekenhuislocatie worden gedekt door middel van de beschikbaarheidbijdrage. De beschikbaarheibijdrage behoort volgens appellanten in ieder geval te voorzien in de kosten van de poortspecialisten (achterwacht). Het College volgt de Nederlandse Zorgautoriteit in haar verweer dat dit buiten de reikwijdte van het Besluit valt. Het beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl