CBb 28 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:326

Uit het door appellanten overgelegde ledenbestand van 30 september 2016, met daarop bijgeschreven de mutaties die volgens appellanten binnen de vereniging zouden hebben plaatsgevonden, blijkt onvoldoende duidelijk wie ten tijde van de bijeenroeping van de vergadering van 1 september 2018 stemgerechtigd lid waren van de vereniging. Verweerster mocht in redelijkheid verlangen dat de opgaven worden gedaan met tussenkomst van een notaris, dan wel worden ondersteund door een verklaring voor recht van de civiele rechter. Verder wijst het College het verzoek om schadevergoeding af (8:88, eerste lid, aanhef en onder a, van de Awb) omdat geen sprake is van een onrechtmatig besluit van verweerster.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen