CBb 7 april 2020, ECLI:NL:CBB:2020:235
Msw. Fosfaatrechten. Geen starter. Geen knelgeval. Geen individuele en buitensporige last. Appellant beschouwt zich als een nieuw gestart bedrijf, gelet op het gegeven dat hij na aankoop van de locatie leegstaande stallen heeft gevuld met onder meer melk- en kalfkoeien, machines en werktuigen. Het College is echter met verweerder van oordeel dat appellant geen nieuw gestart bedrijf voert, omdat hij de boerderij heeft gekocht met de daarop berustende Hinderwetvergunning. De door appellant gedane melding ziet niet op het oprichten, veranderen of veranderen van de werking van een inrichting zoals bedoeld in artikel 1.10 van het Activiteitenbesluit, maar slechts op de wijziging in de tenaamstelling. Anders dan verweerder is het College van oordeel dat appellant tijdig de knelgevallenregeling heeft aangekaart. Dat baat appellant echter niet, omdat hij niet voldoet aan de 5%-drempel. De knelgevallenregeling biedt geen ruimte om voor die 5%-drempel uit te gaan van het melkvee dat door de verkoper van de boerderij is gehouden. Appellante heeft onvoldoende geconcretiseerd op welke wijze het fosfaatrechtenstelsel op hem een individuele en buitensporige last legt en daarmee niet voldaan aan de op hem rustende stelplicht.
De uitspraak op rechtspraak.nl