CBb 10 maart 2020, ECLI:NL:CBB:2020:140

Wet personenvervoer 2000 artikelen 82a en 82b; Taxiverordening Amsterdam 2012 artikel 2.3, eerste lid. Het College is, in lijn met zijn uitspraak van 16 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:284, van oordeel dat, wanneer een taxichauffeur met een als taxi herkenbaar voertuig stilstaat op een als illegale opstapplaats voor taxi’s bekend staande plaats in Amsterdam, zonder dat hij op dat moment bezig is met het ophalen (laden) of afzetten (lossen) van klanten die bij hem een taxirit hebben besteld, dat de conclusie rechtvaardigt dat hij daar taxivervoer aanbiedt op de opstapmarkt. Het College volgt verweerder in zijn standpunt dat algemeen bekend is of mag worden verondersteld, zeker bij taxichauffeurs in Amsterdam, welke plaatsen bekend staan als illegale opstapplaatsen voor taxi’s. Dat zijn in ieder geval de weggedeeltes waar niet geparkeerd mag worden, zoals laad- en losplaatsen, in het hele centrum van Amsterdam en vierentwintig uur per dag, bijvoorbeeld in de buurt van het Centraal Station of hotels.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken