CBb 27 augustus 2019, ECLI:NL:CBB:2019:370
Meststoffenwet Niet is gebleken dat verweerder de gemiddelde melkproductie per koe in 2015 en het daarop gebaseerde excretieforfait onjuist heeft vastgesteld. Er bestaat geen grond om te concluderen tot een schending van artikel 1 van het EP. Een (in beroep overgelegde) nadere toelichting over de feitelijke gevolgen van het toegekende aantal fosfaatrechten voor het bedrijf van appellant ontbreekt. Uit de in de bezwaarfase door appellant overgelegde liquiditeitsbegroting blijkt een positief bedrijfsresultaat. Onder deze omstandigheden ziet het College geen aanleiding om aan te nemen dat appellant buitensporig is getroffen door het fosfaatrechtenstelsel. Het gebrek in het bestreden besluit (strijd met artikel 7:12 van de Awb) wordt met toepassing van artikel 6:22 van de Awb gepasseerd. Verweerder wordt wel veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- CBb 23 juli 2019, ECLI:NL:CBB:2019:291
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:1
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:2
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:3
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:4
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:5
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:6
- CBb 9 januari 2019, ECLI:NL:CBB:2019:7
- CBb 17 oktober 2018, ECLI:NL:CBB:2018:522